Presentator: Hans Paardekooper
Jury: Jantsje de Boer (bibliotheek Zeist), Fred
Penninga (dichter en voorzitter Taalpodium), Annette van den Bosch
(voorzitter van de jury, dichter en redacteur bij het internettijdschrift
Meander)
Geluidsapparatuur: Henjo Hekman
Locatie: Tap en Happerij De Schavuit, Steijnlaan
21, Zeist
Voorgelezen gedichten door de presentator, Hans Paardekooper:
Fragmenten uit de bundel ‘Alaska’ van
Peter Verhelst (pagina 41 en 26)
De bijeenkomst op 8 januari was niet bijzonder druk bezocht,
maar een aantal gasten en optredenden van november was nu weer
aanwezig. Het was een sfeervolle bijeenkomst met een hoge kwaliteit
dichtwerk. Na afloop bleef een aantal mensen nog gezellig eten
bij De Schavuit.
Presentator en de jury over de dichters.
Suzanne Klinkhamers is via een
omweg langs de kunstacademie in Rotterdam en de Schrijversschool
in Amsterdam terug in Zeist beland. Ze schreef kinderboekjes,
liedjes en een cabaretprogramma. Haar toon is ‘bittersweet’.
Als dichter trad ze nog niet naar buiten. Ze had tegen dat de
microfoon niet goed meewerkte, maar daar daar sprong ze goed op
in. Wonderwel paste de kraak ook in haar gedicht. Prima gedaan
voor een eerste keer meent de jury. Ze dicht af en toe te gezocht
en te weinig gericht op slampubliek. De jury raadde haar aan om
direct begrijpbare gedichten te selecteren voor slams en om niet
te ver te zoeken, kernachtiger gedichten. Meer beelden dan woordgrapjes
gebruiken. Mooi beeld: in hart van potvis slapen en neologisme
‘woelbaai’.
Han Ruigrok presenteert in zijn
woonplaats Leiden in het Laktheater elke maand een dichtprogramma.
Hij volgde net als Frans Terken workshops bij Elly de Waard en
Ilja Leonard Pfeijffer. Zijn gedichten verschijnen sinds 2000
in diverse verzamelbundels en op websites. Door zijn prachtige
donkere geluid kwamen de gedichten van Han weliswaar goed over,
maar de inhoud kon beter. De gedichten waren autobiografisch,
met te weinig verrassingen in rijm, melodie, vorm of inhoud.
Aantal interessante beelden. Markante tekstfragmenten: ‘dauw
op de schouders’ en ‘Gamma bij Karwei’. Hij
kreeg het publiek op eigen verzoek tot ‘boe’-geroep.
Gerard Beentjes dichtte al toen
hij nog in korte broek over het schoolplein rende. Hij schreef
dichtbundels, stelde bloemlezingen samen, heeft een eigen weblog
en was huisdichter van Bartimeus in Zeist (onlangs stond hierover
een interessant artikel in Trouw). Hij stond aan de wieg van de
slam in Nederland, van Dichter bij de Zorg, van Dichter bij Werk
en van de PoëzieParade. Gerard is behalve dichter freelance
docent poëzie en hij presenteert en jureert Slams. Hij is
te zien en horen in Festina Lente in Amsterdam en in dit café.
Gerard’s gedichten in de eerste ronde waren afwisselend
van toon en spraken daardoor aan zoals de drinkende glasbak. De
tweede ronde werd voornamelijk gevuld door een gedicht dat Gerard
ter plekke verzon. Het initiatief en de originaliteit waardeert
de jury, maar het resultaat was inhoudelijk te mager. Mooie beelden
‘de mieren die van boven af gezien stilstaan’ en ‘geen
stok om God te slaan’, waarbij de jury meteen aan gastdichterschap
van Gerard bij Bartimeus dacht.
André Heijnekamp schreef
over lantaarnpalen en verlichting. Zijn huis staat in Amersfoort,
zijn gedichten dragen elementen van het dagelijks leven in zich.
André’s optreden was indrukwekkend en bevlogen. Hij
gebruikte de microfoon jammer genoeg niet goed, maar zelfs dat
kon de belangstelling voor de inhoud van de tekst niet wegtrekken.
Hij was bijzonder zenuwachtig, maar oorspronkelijk, beeldend en
relativerend. Vooral het gedicht over zijn vader ‘de koffie
hijgt met je mee’ beviel de jury, evenals het tekstfragment
‘ik proef leegheid in de dingen’ waarnee deze leegheid
tot uiting komt in hetgeen gegeten wordt. ‘is het erg als
ik van kroketten houd’. De jury gaf een speciale vermelding
voor André, als degene die direct na Frans Terken eindigde.
Iemand die van zich zal laten horen. De jury adviseert André
om thuis met microfoon te oefenen.
Xavier Roelens kwam helemaal
uit Gent naar Zeist en hij schrijft vanaf zijn 17e gedichten.Hij
publiceerde in tijdschriften en op diverse websites. Hij heeft
een eigen weblog en geeft een literair tijdschrift uit:’En
er is’. Zijn schrijversnaam is X Roelens. X begon zijn optreden
met zang over de troepen die Amerika naar Vietnam, Irak etc heeft
gezonden. De hymne en tekst waren niet zo origineel, zangstem
mooi, de granaatontploffing daarna werd bijzonder overtuigend
gebracht. De gedichten in de tweede ronde bevielen de jury inhoudelijk
beter, ze werden directer gebracht en waren ontroerend. Vooral
het gedicht ‘ik ben niet onverschillig’, dat ook te
lezen is in het tijdschrift Krakatau van deze maand vond de jury
prachtig. Duidelijk een goede performer en bijzonder veelzijdig.
Tip: bij een slam als deze meer op gedichten en inhoud daarvan
focussen.
Pom Wolff kennen we uit de eerste
poetryslam reeks, hij drong door tot de finale en eindigde vorig
jaar op de tweede plaats vlak na Rein Vogelaar. Zijn gedichten
zijn emotioneel, heftig en geïnspireerd. Pom komt uit Amsterdam.
Tijdens deze bijeenkomst stelde het optreden de jury enigszins
teleur. De performance van Pom was in de eerste ronde krampachtig,
ook bracht hij gedichten die de jury al kende en iets te eenzijdig
op droefheid gericht.Het leek of Pom zich niet op zijn gemak voelde,
te veel de focus buiten de micro legde. Mooi tekstfragment ‘meisje
tussen haakjes op de bank’. Tip: wat meer aarden voor het
optreden, focussen op de tekst en opletten dat de keuze niet al
bekend is bij jury.
Casper Fioole. De Utrechtse
Casper begon pas goed met dichten in 2005. Hij was één
van de finalisten van de Meanders poëziewedstrijd voor jongeren.
In april was hij winnaar van een aflevering van Zinderslam in
Utrecht. Samen met Boudewijn Rikmenspoel richtte hij de Dichtgroep
Tegenzin op, dat een werkpodium wil zijn ter inspiratie en motivatie
van dichters. Caspers optreden was indrukwekkend, hij blijkt een
echt podiumdier met gevoel voor theater. Vooral in het gedicht
waarin hij Elliot parafraseert. De verhouding theatraal/dichtinhoud
vond de jury iets te mager. Het publiek was echter op zijn hand.
Casper won de publieksprijs en mocht daardoor naar de finale op
9 april 2006.
Frans Terken werd geboren in
Heerlen. Hij publiceerde zijn eerste gedichten aan het eind van
de jaren 60 in de ‘Dichtershoek’ van het Algemeen
handelsblad. Frans zegt: “Poezie is als reizen in het hoofd;
het onbekende verkennen, de grenzen van het geheugen, verwarring
stichten en emoties losmaken.” Hij bracht een aantal bundels
uit en leest regelmatig voor. De jury vond zijn gedichten origineel,
verrassend en beeldend. Ze werden stevig en duidelijk gebracht
met een prettige afwisseling in sferen en voordracht. Mooi beeld/tekst
: ‘er graast genot tussen de tegels’, ‘schip
ligt berijpt met heimwee’ en ‘poëzie dient om
je wakker te houden’. Met dat laatste stemt de jury van
harte in. In de eerste ronde werd het gedicht ‘Hanlo’
iets te snel voorgedragen, waardoor niet alle verwijzingen te
duiden waren. Dat is jammer. Toch sleepte Frans de juryprijs (50
euro beschikbaar gesteld door Gulpen brouwerij) in de wacht en
hij verovert daarmee een plaats in de finale op 9 april.